De hoogste rating, maar toch weinig geliefd

There are no translations available.

INTERVIEW, De Volkskrant, Van onze verslaggever Ab Schreijnders op 06 oktober '05

ARNHEM - Van de zes Nederlanders die in actie komen bij het WK dammen, staat Aleksandr Baljakin het hoogst genoteerd op de ranglijst. Een garantie dat hij de kwalificatiegroep doorkomt, is het niet.

Ben ik te zwak, speel ik te saai? Aleksandr Baljakin vraagt het zich vertwijfeld af. Bijna nooit krijgt hij een uitnodiging voor een toernooi. Terwijl hij de hoogste rating heeft van de zes Nederlandse deelnemers aan het WK dammen dat vandaag begint in Amsterdam-Zuidoost.

Toernooien zijn er genoeg geweest deze zomer. Vaak verschijnt Kees Thijssen er, de drievoudig Nederlands kampioen. Maar Baljakin, ook een profdammer, ontbreekt meestal op de deelnemerslijst. Alleen in Nijmegen en Den Haag deed hij mee.

Te zwak? Aansprekende resultaten heeft hij genoeg behaald. Net niet genoeg voor de wereldtitel, maar hij is vaak in de topdrie te vinden geweest bij een WK. Te saai? Zie het programmaboekje van het toernooi: Baljakin, mooie, heldere speelstijl. Speelt snel en makkelijk.

Dat de invitaties niet binnenstromen, zint hem niet, maar hij benadrukt dat hij er geen minuut minder om slaapt. 'Ik slaap namelijk altijd al slecht', zegt hij in redelijk Nederlands op de ruime bovenetage in Arnhem-Centrum, die hij met zijn vrouw Tatjana en zijn bijna eenjarige dochter Stefania bewoont. Er wordt veel over dammen gesproken in huize-Baljakin. Zijn vrouw is internationaal meester, haar moeder was drie keer kampioene van de Sovjet-Unie.

Baljakin ziet enigszins op tegen het lange, loodzware toernooi in Amsterdam. 'Eigenlijk is dit iets voor jonge spelers. Daarom tip ik Georgiev. Naast Tsjizjov natuurlijk, maar die wordt al een dagje ouder. We hebben één rustdag, maar juist dan is een competitieronde gepland. De meesten van ons moeten spelen. Ik ook, voor Huissen.'

En dan is het nog maar de vraag of hij de groepsfase overleeft. Baljakin zit in de zogenoemde 'poule des doods'. Hij ziet zeker zes kanshebbers voor de drie plaatsen die toegang geven tot de finaleronde. 'Alleen Singh uit India zal geen rol spelen. Kun jij dammen? Nou, dan versla je hem zeker. Ik zag zijn notaties bij het WK voor landenteams in Italië. Hij gaf zomaar schijven weg.

'Maar met Schwarzman, Gantwarg, Samb, Ndonzi en Hans Jansen is mijn groep zwaar genoeg. Bovendien moet je altijd op Chmiel letten. Die is heel slim in het op remise spelen. Maar dat kan hij tegen anderen ook misschien.'

Eerst moet Baljakin dus maar eens proberen bij de beste twaalf te komen. Daarna ziet hij wel. Op dat moment begint een heel nieuw toernooi.

Baljakin beseft dat hij zijn krachten goed moet verdelen. 'Ik heb een slechte voorbereiding gehad. Het is eigenlijk een logisch vervolg van het hele jaar. Ik kan niets creëren. Bij het WK voor landenteams, een paar weken geleden, was mijn spel verschrikkelijk slecht. Ik kan niet goed uitleggen waarom. Misschien komt het doordat ik te pessimistisch ben. Tegen zwakkere spelers kan dat een nadeel zijn. Dan denk ik: ik heb een klein voordeel, het zal wel remise worden. Ik moet meer als Schwarzman zijn. Die speelt dan door. Ik ben van nature niet zo. Ach, die vorm. Het zal wel net zo zijn als bij een voetbalclub: pieken en dalen.

Baljakin geeft ook trainingen. Maar de talentjes liggen niet voor het oprapen in Nederland, zegt hij. Bij de jongens ziet hij er niet een, bij de meisjes noemt hij Lotte Aleven, die pas een jaar of tien is en mede door hem wordt begeleid. 'Zij kan rekenen, dat is verschrikkelijk belangrijk, en kan combinaties bedenken. Het positiespel kan ze later altijd nog leren namelijk. En zij heeft een prima wedstrijdmentaliteit. Ze wil nooit verliezen.'

Baljakin, die een tijdelijke verblijfsvergunning heeft die elk jaar moet worden vernieuwd, begon op zijn 10de met dammen. Bij toeval. 'We hadden geen schaakbord thuis. Ik speelde tegen mijn moeder, maar verloor altijd. 's Avonds, na de lessen op school, kreeg ik onderricht van een damtrainer.'

Hij herinnert zich de overstap naar het 100-veldenspel. 'In Rusland waren we gewend aan 64 velden. Op mijn twaalfde speelde ik voor het eerst op zo'n groot bord. Het was lastig in het begin, omdat ik niet alle schijven onder controle kon houden.'

Een nog grotere schok was het toen hij in 1976 een gefotografeerd boekje van Ton Sijbrands onder ogen kreeg. Het werd een soort bijbel voor hem. De oud-wereldkampioen was lange tijd zijn idool.

Op zijn 19de veroverde Baljakin de wereldtitel bij de junioren. Later werd hij drie keer kampioen van de Sovjet-Unie. Daarna begon het zoete leventje. Alle topdammers hadden een behoorlijk inkomen in de Sovjet-Unie. Bovendien behoorden zij tot een geprivilegieerde groep die veel reisde.

Dat veranderde toen het land uit elkaar viel. Voor spelers als Tsjizjov, Georgiev en Schwarzman is echter nog altijd een dikbelegde boterham te verdienen. Baljakin heeft het financieel lang niet zo gemakkelijk als deze grootmeesters. Hij krijgt wat toegeschoven van zijn club Huissen, en schrijft boeken (onder andere over Schwarzman). Het WK levert hem niets op. 'Ik speel om de eer.'

Maar als hij wereldkampioen wordt, komen die invitaties vast wel

 

 
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner