Realist met een groot gevoel voor positie

There are no translations available.

NRC  12 april 2010

Zeventienjarige Roel Boomstra heeft het talent om wereldkampioen dammen te worden

Roel Boomstra (17) wordt beschouwd als het grootste Nederlandse damtalent sinds Harm Wiersma en Ton Sijbrands. Een unieke dammer die streeft naar perfectie. Met het karakter van een winnaar.

Door onze redacteur
ROB SCHOOF

Het had niet veel gescheeld of Roel Boomstra was schaker geworden. Als de Soester Schaakclub iets flexibeler had gehandeld toen hij als zevenjarig jochie binnenwandelde voor zijn eerste les, was Nederland mogelijk een groot damkampioen misgelopen. Hij moest eerst de regels van het schaken leren, ook al kende hij ze al lang. „Ik moest leren wat een paard kon, terwijl ik al wist wat rokeren was. Toen ben ik maar naar de damclub gegaan.” Daar werd direct een tegenspeler voor de kleine Roel opgetrommeld.

Roel Boomstra op NK.
Volgens damlegende Ton Sijbrands beheerst
de 17-jarige de meest uiteenlopende spelgenres.
Foto Sake Elzinga

Tien jaar later wordt Roel Boomstra vergeleken met wereldkampioenen uit lang vervlogen tijden – Harm Wiersma en damlegende Ton Sijbrands. „Ik heb veel dammers gezien, maar nog nooit iemand die al zo jong zo sterk speelt”, zegt bondscoach Rob Clerc, vijf maal tweede op eenWK. „Roel wil maar één ding: wereldkampioen worden. En daar zijn we hard aan toe.” Wiersma was in 1984 de laatste. „Die wereldtitel moet weer naar Nederland. Roel heeft het in zich.”
Deze week speelt Boomstra (17) pas zijn tweede NK – in zijn woonplaats Emmen. Na het eerste weekeinde gaat hij alleen aan de leiding. Dat is des te knapper gezien de dramatische gebeurtenissen in de aanloop naar het evenement. Vorige maand overleed zijn vader, en grote inspirator, na een ziekbed. Bovendien zit hij midden in zijn eindexamen, waardoor hij dit jaar nauwelijks speelde. Terwijl zijn concurrenten zich vorige week voorbereidden op het NK in het raadhuis van Emmen werkte Roel Boomstra zich elders in de stad, op het Hondsrugcollege, door zijn laatste schooltoets. „Z ij n hoofd stond totaal niet naar dammen”, zegt Clerc. „Maar hij heeft het karakter van een winnaar. Ik heb er het volste vertrouwen in dat hij zich hier doorheen slaat.”
Wat maakt Roel Boomstra tot zo’n uniek talent? „Hij is buitengewoon volwassen voor zijn leeftijd ”, zegt Jan Ekke de Vries, clubgenoot bij het Drentse Hijken DTC. „Dat had hij al toen hij als dertienjarige in het eerste ging spelen. Dat liet zich nauwelijks vergelijken met andere kinderen van die leeftijd. Hij weet wat hij zegt. Hij is beheerst, rustig.” En perfectionistisch, voegt Boomstra er zelf aan toe. „Zelfs als ik gewonnen heb ben ik soms nog niet tevreden. Dat wordt wat minder, en dat is ook wel goed. Ik word wat meer ontspannen.”
De basiskennis deed hij op bij Jan van Meggelen, zijn „grote grondlegger”, zoals hij de leermeester noemt met wie hij op maandagavonden uren over het bord gebogen zat. „Hij heeft een groot gevoel voor positie”, zegt Van Meggelen. „Hij was al heel jong bezig met combinaties – veel schijven weggeven om er uiteindelijk beter van te worden. Dat zie je niet veel op die leeftijd.”
Van Meggelen gaf Boomstra veel huiswerk mee. Maar te veel was het nooit, ook niet als hij in een week dertig partijen van Rob Clerc of Alexei Tsjizjov uit zijn hoofd moest leren. „Maandagavond zette ik dan willekeurig vier stellingen neer. Hij moest die partijen uit zijn hoofd uitspelen. Hij onthield ze heel goed.” Voor Boomstra is dat geen huiswerk, stelt Clerc. „H ij is verslaafd aan het spel – hij wil er alles van weten.” Zelf zegt Boomstra dat hij die partijen „twee of drie keer” naspeelt. „Dan weet ik het wel. Ik onthoud ze niet voor altijd. Ik onthoud vooral de ideeën.”
Maar zijn clubgenoot De Vries ziet daar „het fenomeen” in Boomstra. „Als hij een partij naspeelt reproduceert hij feilloos elk fragment. Dan gooit hij die stenen over het bord, zonder ook maar na te denken of ze wel goed staan. Het klopt altijd. Magistraal. Dat kenmerkt de wereldtopper.” Boomstra laat zich bijstaan door liefst vijf coaches: Clerc, Alexander Baljakin, op het NK zijn concurrent, bondstrainer Johan Krajenbrink, talentcoach Rik Keurentjes en Nina Hoekman, nationaal kampioen bij de vrouwen. „Het voordeel is dat hij bij iedereen wat kan halen”, zegt Krajenbrink.
Ook hij is soms verbaasd over de diepte van Boomstra’s inzicht. „De meeste jongens en meisjes spelen maar wat.” Krajenbrink ziet eigenschappen die hem doen denken aan Sijbrands. „Heel kenmerkend voor Roel is dat hij erg objectief is. Het moet objectief kloppen. Dat is een vast discussiepunt: hoe wil je winnen? Ik vind dat je ook gecalculeerd moet durven gokken, je moet je nek in een strop durven steken. Dat heeft Roel niet. Hij is meer van de controle. Potentieel vind ik dat een zwak punt.”
Het is een bekend dilemma bij topdammers. Met al hun inzicht in het potentiële verloop van een partij vrezen zij dat hun tegenstanders hetzelfde zien. Ook Sijbrands. Krajenbrink: „Ik had met hem dezelfde discussies.Hij zei altijd: mijn tegenstander doorziet dat. Dan zei ik: je kunt ook je tegenstander groter maken dan-ie is. Als Ajax tegen SC Bemmel speelt is het onzin te verwachten dat ze tegen elf Messi’s spelen. Roel heeft daar ook last van. Hij moet dat gecontroleerde iets meer loslaten.”
Want Boomstra wint niet alles. Vorig jaar werd hij bij het EK voor junioren, nota bene in het Drentse Beilen, tweede achter zijn jongere clubgenoot Wouter Sipma. Krajenbrink: „Dat was een klap van jewelste voor hem.” Ook Sipma had er niet op gerekend. „Roel is beter dan ik”, zegt hij. „Je ziet dat hij al het niveau heeft van een grootmeester. Net als de allerbeste dammers kan hij een vrijwel onbeperkt aantal zetten vooruitkijken.”
Boomstra’s leermeester Van Meggelen ziet hem in de toekomst nog weinig partijen verliezen. Maar of hij daadwerkelijk zo ver zal komen als iedereen verwacht hangt ook af van hoeveel hij zal winnen, zegt Van Meggelen. „Om de volgende stap te maken moet hij gaan trainen met Sijbrands”, is zijn overtuiging. Boomstra heeft al contact gehad met de Amsterdamse grootmeester, erkent hij.
Tegen elkaar speelden ze nooit, maar Sijbrands ziet wel waarom Boomstra een bijzondere dammer is. „Zijn aansprekende resultaten – in combinatie met zijn jeugdige leeftijd – én de opzet van zijn partije n ”, zegt Sijbrands. „Roel heeft namelijk – voor zover ik heb kunnen waarnemen – een scherpe, op winst gerichte stijl,maar paart die wil omte winnen aan een gezonde portie realiteitszin. Anders gezegd: hij durft risico’s te nemen, zónder zich evenwel aan roekeloos spel te bezondigen. Waarbij opvalt dat hij de meest uiteenlopende spelgenres beheerst: hij kan een tegenstander in de aanval verpletteren, maar hij kan evengoed een vijandelijke aanval opvangen en een dodelijke tegenaanval lanceren.”
Sijbrands voelde zich onlangs „zeer gevleid” toen hij ontdekte dat Boomstra twee jaar geleden in de competitie een partij van hem uit 1996 liefst achttien zetten kopieerde. Sijbrands zag zichzelf al eerder terug. Als elfjarig jongetje speelde Boomstra in een simultaan remise tegen de Russische wereldkampioen Alexander Georgiev. Die partij deed Sijbrands „sterk denken aan de simultaanpartij die ik – net 12 geworden – in januari 1962 tegen Baba Sy speelde. Die partij werd óók remise.”
Ton Sijbrands sluit niet uit dat Roel Boomstra hem ooit opvolgt. „Van de meeste Nederlandse topdammers kan men met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat zij nooit wereldkampioen zullen worden, niet omdat zij geen talent zouden hebben maar omdat de topdammers uit de voormalige Sovjet-Unie nog méér talent hebben. Roel Boomstra behoort echter tot het kleine groepje supertalenten van wie níet bij voorbaat vaststaat dat zij géén wereldkampioen zullen worden.”

Het artikel in pdf formaat vindt u hier.

 
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner