Baljakin bevrijd van de druk

There are no translations available.

Door onze redacteur, ROB SCHOOF, NRC Handelsblad 16 april 2010

Nederlandse dammer veegt tijdens NK de vloer aan met nationale top
Alexander Baljakin wordt door collega’s geroemd om zijn dynamische spel. De dammer wordt wederom kampioen van Nederland.

Emmen, 16 april.
Alexander Baljakin werpt nog een laatste blik op het bord. Dan staat hij tevreden op en slentert langs de andere tafels in de lange zaal van het gemeentehuis in Emmen. Waar remises tot norm zijn verheven, wint Baljakin de ene na de andere partij. De geboren Rus is al na negen ronden vrijwel zeker van zijn tweede Nederlandse damtitel op rij. Of, zoals een toeschouwer het formuleert: „Baljakin veegt de vloer aan met de nationale top.”

Dat is wel eens anders geweest. De in het Russische Archangelsk geboren Baljakin (49), enkele jaren geleden genaturaliseerd tot Nederlander, is al sinds zijn eerste deelname aan de nationale titelstrijd (2004) steevast favoriet voor de titel. Hij was de grote kampioen uit de toenmalige Sovjet-Unie, waar hij drie keer de nationale titel won.

De laatste jaren kon Baljakin vaak de druk niet aan. Dan sliep hij slecht, of helemaal niet. Hij kon moeilijk stoppen met denken en analyseren, waardoor hij zijn normale – ongekend hoge – niveau zelden haalde. „Natuurlijk voel ik die druk. Iedereen verwacht dat ik altijd win”, zegt Baljakin, die door collega’s vaak wordt geroemd om zijn mooie, dynamische spel, ook al oogt het vaak zo eenvoudig.

Maar op een NK ging het nogal eens mis. Zoals vorig jaar, toen hij in Huissen op de openingsdag een kapitale blunder beging tegen debutant Roel Boomstra, toen net 16 jaar oud. Toch wist Baljakin zich te herstellen en haalde zijn eerste Nederlandse titel. „Dat was heel belangrijk”, zegt hij nu. „Ik moest één keer Nederlands kampioen worden. Nu is het rustiger.”

Bevrijd van de druk steekt Baljakin in Emmen met kop en schouders boven de rest uit. „Hij is aan het begin van het toernooi gedemarreerd op een manier die doet denken aan wielrenner Cancellara”, zegt analist Jacob Okken. „Zolang Baljakin in het peloton zit en iets moet forceren, heeft hij het moeilijk. Maar als hij eenmaal vooraan ligt, zie je hem nooit meer terug.” Dat bleek: medefavorieten als Ron Heusdens, Martin Dolfing, Kees Thijssen en Pim Meurs zagen Baljakin de afgelopen alleen maar uitlopen. De tegenstanders hebben heilig ontzag voor Baljakin, weet Okken. „Een aantal van hen is door Baljakin getraind. Ze weten hoe goed hij is. Russen zijn vaak mentaal ook sterker dan Nederlanders. Ze zijn wedstrijdharder. Als een Nederlander een keer verliest denkt hij meteen dat het hele toernooi voorbij is, ook al zijn er nog zes partijen te spelen.”

Cruciaal was Baljakins zege op het bejubelde Drentse wonderkind Roel Boomstra, nota bene een leerling van Baljakin. Maar de leermeester maakte korte metten met zijn pupil en nam revanche voor zijn beschamende verliespartij van vorig jaar. „Dit keer verwachtte iedereen heel veel van Boomstra”, analyseert Baljakin. „De druk lag nu bij hem. Hij deed een paar rare zetten, waardoor ik eigenlijk erg simpel kon winnen.”

Tegenstanders vinden het altijd lastig om tegen Baljakin te spelen. „Hij neemt geen overdreven risico’s”, zegt Ron Heusdens, die in 2008 nationaal kampioen werd en vorig jaar de eerste plaats deelde met Baljakin. „Als je van hem wilt winnen moet je iets proberen. Hij speelt heel schoon: mooie zetten, waarmee je mooie structuren krijgt. Moeilijk te verslaan.”

Dat blijkt al jaren in de Nederlandse competitie. Baljakin speelt al sinds 1989 voor de damvereniging Huissen. Hij hoorde tot de eerste lichting topspelers uit Rusland die naar Nederland trokken voor een aantrekkelijk salaris in harde guldens. De eerste jaren pendelde de damprofessional heen en weer tussen zijn toenmalige woonplaats Minsk in Wit-Rusland en Huissen – een etmaal in de trein, om de kosten te drukken.

In 2002 vestigde hij zich in Arnhem. „Ik wilde graag hier wonen”, zegt Baljakin. „Ik hoef nu niet meer te reizen. Nederland is echt een damland. Het niveau is heel hoog. In Rusland heb je een aantal echte toppers, maar in Nederland is de top veel breder.”

En hij kan er geld verdienen met zijn grote hobby. Dat is in de damwereld nog altijd niet vanzelfsprekend, ook niet voor een topspeler als Baljakin. Hij is blij dat hij op grond van zijn internationale prestaties in het bezit is van de A-status van sportkoepel NOC*NSF. „Dat is heel belangrijk, anders kun je moeilijk leven. Dit is niet de schaakwereld.”

Als aanstaand nationaal kampioen kan Baljakin zich gaan opmaken voor het WK, dat volgend jaar in Emmeloord en Urk wordt gehouden. In 1986 werd hij al eens tweede, in Groningen, achter zijn toenmalige landgenoot Alexander Dybman. „Waarschijnlijk krijg ik nog één kans om wereldkampioen te worden.”

 
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner
Banner